fbpx

Je angst in de ogen kijken in een zweethut

Een diep gevoel van ongemak en angst overvalt me. Mijn hart bonkt in mijn borstkas, mijn armen tintelen en de hitte schroeit op mijn gezicht. Hoelang duurt dit nog? Kan ik dit wel? Wat als…? Er zijn veel gedachtes die op dit moment door mijn hoofd schieten. Ik probeer mijn houding wat te veranderen en zing met een trillende stem mee met de mantra’s die we samen in de volgepakte zweethut zingen. ‘Verbind met je ademhaling’, hoor ik onze begeleider Martin zeggen en ik probeer me weer op het inademen van de warme en vochtige lucht te concentreren.

De afgelopen jaren heb ik in mijn zoektocht naar heling en persoonlijke ontwikkeling aardig wat geëxperimenteerd binnen de oorspronkelijke en eeuwenoude geneeskunde. Ayahuasca, San Pedro, Kambo en Paddenstoelen brachten mij allemaal mooie inzichten en meer in verbinding met mijn lijf en mijn gevoel. Niet dat het altijd leuk was. Soms was het nodig om te lijden om met mezelf geconfronteerd te worden en oude dingen los te laten. Één van de activiteiten die nog op mijn verlanglijstje stond was een zweethutceremonie. Ook al zo’n sjamanistische traditie die overgewaaid is vanuit het Amazonegebied. 

Voorafgaand aan de ceremonie was ik er eigenlijk helemaal niet zo bezig. Ik had me er nauwelijks in verdiept en leefde in de veronderstelling dat het een behoorlijk milde, wellicht wel ontspannende, ervaring zou zijn. Een mooie dag met een groep natuurliefhebbers. Een heel verschil met de gevoelens die ik de dagen voorafgaand aan een ceremonie met plantmedicijnen meestal heb. Achteraf gezien is dit ook eigenlijk wel de fijnste voorbereiding. Wat kan je er immers aan veranderen door vooraf eindeloos over mogelijke uitkomsten te filosoferen?

Eenmaal aangekomen op de locatie van Nature Quest in het prachtige Kuinderbos in de Noordoostpolder maken mijn vriendin en ik kennis met de rest van de groep. Het thema van de dag is de herfst: oogsten en loslaten. Martin vertelt als ceremonieleider wat we straks in de zweethut kunnen verwachten en wat we vooral wél moeten doen (blijven ademen) en niet moeten doen (in de gloeiendhete stenen van 800 graden terechtkomen). Tijdens zijn verhaal merk ik dat de ‘wat als-gedachte’ zich dan toch begint aan te dienen en dat de spanning in mijn lijf toeneemt. Een onaangenaam gevoel nestelt zich in mijn buik. 

Na een korte solo wandeling door het bos maken we ons klaar om de hut in te gaan. De nodige rituelen worden voltrokken en iedereen wordt gesmudged met rook van salie. Met alleen mijn handdoek om mijn middel geknoopt kruip ik op handen en knieën de zweethut, van slechts een paar vierkante meter oppervlakte en iets meer dan een meter hoog, in. Na het nodige prop en meetwerk heeft de totale groep van ongeveer 20 mannen en vrouwen een plekje gevonden in de cirkel rondom de put waar de stenen straks in terecht zullen komen, en met water overgoten zullen worden. 

Ondanks de ongemakkelijke en krappe houding voel ik me redelijk ontspannen. Het geeft een soort vrij en verbonden gevoel om samen met elkaar naakt in een kleine ruimte zitten en dit avontuur aan te gaan. Niet lang daarna worden door de vuurman de eerste roodgloeiende stenen neergelegd en door Martin in de put gegooid. Als de eerste 20 stenen daar liggen komt de emmer water de hut in en sluit de vuurman de opening af. Plots is het pikkedonker in de hut. Nu gaat het echt beginnen realiseer ik me. De eerste plenzen met water gaan over de stenen en ik voel de warme stoomlucht op mijn huid. Langzaamaan zoek ik mijn ademhaling en laat ik de warmte over mijn hele lijf komen.

Martin zet een paar liederen in en samen zingen we eenvoudige mantra’s. De warmte is goed te doen, terwijl ademen steeds zwaarder wordt door de vochtige lucht in de hut. Het ongemak wat me het meeste parten speelt is mijn houding. Door de iglo vorm van de hut zit ik als het ware met mijn rug gebold en leun ik wat voorover. Erg veel ruimte voor positieverandering is er niet en dat benauwd me enigszins. Ook nu komt mijn geest even om de hoek kijken en stelt me prikkelende vragen als: “hoelang duurt deze ronde nog en ga je deze houding nog wel meerdere rondes volhouden?” Ik herken deze gedachtes en breng mijn aandacht weer naar mijn ademhaling. 

Voor dat ik het weet is de eerste ronde voorbij en opent de vuurman de hut: frisse lucht! Ik probeer wat te rekken en te strekken terwijl na enig moment een nieuwe lading warme stenen naar binnen wordt gebracht en de deur zich weer sluit. De tweede opgieting is duidelijk andere koek. De warmte wordt een schroeiende hitte op mijn gezicht en schouders, mijn hart begint te bonken en ademen wordt zwaarder. Ik voel angst opkomen en tranen prikken achter mijn ogen. Concentreer je op je ademhaling hoor ik Martin zeggen. Ik probeer te zuchten en brabbel af en toe iets mee met de liederen die gezongen worden. Het voordeel is dat mijn aandacht helemaal van mijn houding af is. Toch lukt het me om bij mezelf te blijven en als een soort gelaten overgave onderga ik het ongemak. 

Als de deur van de hut voor de tweede keer geopend wordt slaak ik een zucht van verlichting. Blijkbaar ben ik niet de enige, want bijna de helft van de hut stroomt leeg voor een korte cooling down buiten de hut. Ik besluit binnen te blijven om de drempel voor mezelf niet te hoog te maken om straks weer naar binnen te gaan. Wel heb ik heerlijk de ruimte om even mijn rug plat op de grond te leggen en de koele aarde op mijn rug te voelen. Wat een zalig gevoel! Gek genoeg voel ik me sterk en zie ik niet op tegen de drie opgietingen, tenminste dat dacht ik toen, die nog gaan volgen. 

Al snel tijdens de derde opgieting voel ik dezelfde ongemakkelijke lichamelijke gevoelens opkomen als tijdens de vorige opgieting. Mijn lijf draait overuren en in mijn hoofd steekt angst de kop op. Al zoekende naar de juiste gemoedstoestand voor dit moment probeer ik weer contact te maken met mijn ademhaling. Tegelijkertijd probeer ik te luisteren naar Martin die het water opschept vanuit de emmer. Hoe veel water zou er nog in de emmer zitten vraag ik me af? Dan vraagt Martin om de handen van de personen naast je vast te pakken en onze energie met elkaar te verbinden. Ik voel hoe ik de hand van mijn buurvrouw fijnknijp terwijl de energie van de groep rondgaat. Oef, dit is nou leren om te kunnen lijden besef ik me. 

Zodra de vuurman geroepen wordt om de deur weer te openen spring ik op handen en knieën en baan me een weg langs de naakte en zwetende lichamen naar buiten. Als ik buiten probeer op te staan, duizelt alles en plof ik languit in het natte gras. Wat een heerlijk gevoel is dat. Mijn armen tintelen nog na terwijl de damp van mijn lijf opstijgt. Ik voel me zalig en heb het gevoel dat ik hier nog uren zo kan blijven liggen. Helaas is de pret van korte duur en staat de volgende opgieting op het punt van beginnen. Met frisse moed kruip ik de hut weer in en zoek mijn krappe plekje op. 

Nog voordat ik goed en wel zit hoor ik Martin zeggen dat dit de laatste opgieting is voor vandaag. Wat? Hoor ik dat nu goed? Dat vind ik helemaaaal niet erg. Ineens realiseer ik me dat ik tijdens deze laatste opgieting ook gewoon kan gaan liggen. Zelfcompassie en het mezelf gunnen om te genieten is in mijn leven soms best een uitdaging. Ik hoef niet altijd alles perfect te doen en uit te zitten op de meest heroïsche manier. Ik mag ook gewoon goed voor mezelf zorgen na de ontberingen van de vorige opgietingen. Al liggend met de koude ondergrond van moeder aarde onder me geniet ik in ontspanning van de warme lucht, het samenzijn en de warmte. Wat een weelde!

Als ik na 1,5 á 2 uur voor de laatste keer de zweethut uitga voel ik me moe en voldaan. Moe van de fysieke en mentale uitdaging. Voldaan omdat ik de angst en het ongemak in de ogen heb gekeken en bij mezelf en mijn adem ben gebleven, en omdat ik mezelf heb toegestaan te ontspannen en compassie voor mezelf te hebben. En tot slot ook dankbaar om dit met een mooie groep mensen samengedaan te hebben. Op naar de volgende uitdaging!

Luister je de podcast liever via Spotify of Apple Podcasts? Klik dan hier